DE GEDAANTEVERWISSELINGEN
VAN DE RELIGIE
In Le Nouvel Observateur van 8 november verscheen een interessant artikel van de hand van Olivier Roy, Directeur van de Franse Ecole des Hautes Etudes en Sciences Sociales en thans docent in de Verenigde Staten. Hij is een wereldvermaard expert in de Islamwereld en het islamisme. Het artikel verscheen naar aanleiding van het verschijnen van zijn boek "La Sainte Ignorance" bij éditions du Seuil. Voor wie meer over hem wil weten verwijs ik naar het internet, met de waarschuwing erbij dat er minstens nog twee andere bestaande Olivier Roy's een site op internet hebben.
De auteur trekt in twijfel dat er een nieuwe opkomst van de religie aan de hand is. Er is weliswaar een verhoogde zichtbaarheid van het religieuze in het straatbeeld, een beeld dat we 30 jaar geleden niet kenden. Men afficheert zich thans expliciet als katholiek of muzelman (de dochters dragen nu de sluiers die hun moeders afwierpen), in Parijs was er in mei een grote "Christian Pride" optocht, de misdiensten in het Latijn kennen steeds meer succes, Joodse jongeren dragen op straat een keppeltje, het kruisje aan de hals is een modieus verschijnsel, de evangelische christenen huren reusachtige zalen voor hun vieringen. Nochtans zijn er twee zaken die hem tegenstaan in die stelling van de "terugkeer". Ten eerste dat de religieuzen die op het toneel verschijnen verschillen van de traditionele religies, het gaat niet over een terugkeer maar over een mutatie. Als we de Katholieke kerk buiten beschouwing laten (die thans eerder in een verdedigende positie speelt dan in een positie vol bekeringsijver), dan zijn de golven van 'revivalisme' eerder gericht tegen de religieuze etablissementen en tegen de gevestigde religies: het evangelisme tegen het anglicanisme, het methodisme en het vrijzinnig protestantisme - dat in Frankrijk dominant is -, maar ook tegen het katholicisme (in Brazilië) en met een doorbraak in de islamwereld van Centraal-Azië. In de islam contesteert het salafisme de traditionele islamscholen (het hanafisme - dat in het begrijpen van de koran een plaats toekent aan een persoonlijke inbreng van het verstand - en het soefisme). Zelfs in de hindoewereld is het religieus militantisme van de Indische nationalistische BJP (Bhartiy Janta Party) een recent verschijnsel, net als het boeddhisme van de Soka-Gakkai in Japan. Het is interessant om vast te stellen dat het merendeel van die 'revival-bewegingen' zelf mutaties zijn van andere relatief recente 'revival-bewegingen'. De protestantse evangelisten zijn ontstaan uit de herhaalde 'ontwakingsbewegingen' sinds de XVIIIe eeuw, het ultra-orthodoxe judaïsme komt uit de charismatische bewegingen die zelf jonger zijn dan 2 à 3 eeuwen. Het salafisme is geboren uit het wahhabisme dat opkwam aan het einde van de XVIIIe eeuw, de "sekten" zoals de Getuigen van Jehovah dateren uit de XIXe eeuw.
Onder de onaantastbare etiketten (christendom, islam, boeddhisme) gaat echter een hervorming van de grote religies schuil. Een hervorming volgens de vormen van de moderne religiositeit waar het individualisme en de zorg voor het verwezenlijken van eigen doelen het halen op de trouw aan de culturen en aan seculiere gemeenschappelijke identiteiten. Deze nieuwe vormen van religiositeit zijn geen uitdrukking van traditionele culturen: ze zijn eerder producten van deculturalisatie. Verre van een uitdrukking te zijn van blijvende traditionele identiteiten komt de zichtbaarheid van de religie thans meer overeen met een geestelijk nomadisme waarbij men shopt bij de religieuze concurrentie die door de globalisatie hun plaats innemen.
Een tweede kritiek op de stelling van de religieuze terugkeer is mijn twijfel over een werkelijke stijging van de praktijk. Hoe komt het toch dat hoe meer volk er zich op de Werelddagen van de Jeugd rond de paus scharen, hoe minder jongeren zich in het seminarie inschrijven om priester te worden? De zoektocht naar een festivalachtige spirituele ervaring gaat duidelijk niet samen met een engagement in de instellingen. En, alle verhoudingen in acht genomen, het engagement van de djihadisten bij jonge moslims of bekeerlingen is niet verbonden met een intensieve religieuze praktijk. De 'terugkeer van de religie' is niet de nederlaag van de secularisatie maar integendeel een gevolg van de secularisatie. De religieuze, geïsoleerd en afgesneden van zijn overheersende cultuur die profaan is, zelfs al bewaart ze religieuze merktekens (vb. Kerstmis), bevestigt zich thans als een religieuze die weinig bekommerd is om een compromis met een niet-religieuze cultuur die als vijandig ervaren wordt. De 'religieuze terugkeer' gaat bij veel gelovigen gepaard met een gevoel te behoren tot een minderheid te behoren die belegerd wordt door een heidense cultuur.
GEVOLGEN VAN DE GLOBALISATIE OP DE RELIGIE
Als we kijken naar de mondialisatie, dan zien we twee effecten op de religie: ze draagt bij tot het deculturaliseren van de religies door hen los te maken uit hun traditionele culturele omgeving, en ze heeft de fundamentalisten bevoordeligd. De emigratie van de muzelmannen naar het Westen heeft de traditionele islams (Marokko, Egypte) gebroken en heeft het doorgeven van de overlevering via de familie of via de oorspronkelijke gemeenschappen, doorgeknipt. Een tweede gevolg is dat de globalisatie de fundamentalistische vormen van de religie, gelijk of we het nu over het salafisme of over de evangelische protestanten hebben, bevoordeligt. Deze fundamentalisten zien in de profane culturen, zowel de traditionele als de moderne, alleen heidense toestanden. Ze zijn tegen de cultuur, enerzijds omdat ze niets toevoegt aan de religie en dus nutteloos is, anderzijds omdat ze een hinderpaal is voor een authentieke religieuze praktijk. Het is niet alleen zo dat de fundamentalisten niet lijden onder de deculturalisatie veroorzaakt door de globalisatie, maar dat ze ervan profiteren. Het is absurd het religieus fundamentalisme te zien als een verdedigende reactie van een traditionele gemeenschap op de moderne wereld, in het bijzonder de Westerse wereld. Het is integendeel tegelijk een product van en een deelnemer aan die moderniteit, lees verwesterlijking. De globalisatie bevoordeligt deze 'exportreligies', diegene die zich expliciet losmaken van elke cultuur en geen enkele territoriale of historische wortels opeisen. Daarom is het tegelijk een vergissing en een domheid te denken over de huidige spanningen in termen van clash of dialoog van culturen: de religieuze vormen die problemen scheppen zijn precies diegene die geen enkele cultuur vertegenwoordigen.
DE SNELLE GROEI VAN DE PINKSTERBEWEGING
De pinksterbeweging heeft de logica van de deculturalisatie het verst doorgedreven. Een van haar specifieke kenmerken is het spreken in tongen: iedereen hoort in zijn eigen taal de geluiden die de door de Heilige Geest begeesterde volgeling uitspreekt. Maar de 'taal' die deze volgelingen spreken is geen taal, het is een opeenvolging van klanken. Het is niet zo dat een eenvoudige getrouwe plots Chinees of Spaans spreekt, maar wel dat de Heilige Geest zich uitdrukt zonder hulp van een bestaande taal, dat wil zeggen zonder langs de cultuur van de volgelingen te passeren. Het geloof is hierdoor volledig losgemaakt van de tekst ten voordele van een 'verlichting' en een systeem van expliciete en onwrikbare normen. Deze onverschilligheid tegenover concrete culturen is niet alleen in tegenstelling met de eertijdse inspanningen van de katholieke missionarissen om de plaatselijke culturen te begrijpen en te bevestigen, maar ze wordt de sleutel tot het succes van hun prediking. De nieuwe zendelingen van de Pinksterbeweging hebben in enkele jaren meer moslims bekeerd dan de katholieke kerk in twee eeuwen.
DE HEILIGE ONWETENDHEID
De religie ontkent steeds meer en meer de cultuur. Die heilige onwetendheid bevat twee zaken. Ten eerste de ontwaarding van de cultuur ten voordele van het geloof. De cultuur bestaat voor de nieuw-gelovigen in het slechtste geval enkel als een heidense vorm (evangelische christenen en salafisten bv.) en in het beste geval (paus Benedictus XVI bv.) heeft ze enkel waarde indien ze geïnspireerd is op het geloof. Wat verdwijnt is de idee van een positieve zelfstandigheid van de cultuur, dat wil zeggen van een gemeenschappelijk voetstuk gedeeld door gelovigen en ongelovigen, anders dan in de nostalgie van een verdwenen geloof. Ten tweede is er de onverschilligheid ten opzichte van de theologie ten voordele van het "ervaren geloof". Hier is de Heilige Onwetendheid geen terugkeer naar een of ander archaïsme, maar is ze zeker en vast de uitdrukking van een moderne visie: de zelfbevestiging, het genieten van het moment, de aanwezigheid tegenover het denken, het onmiddellijke tegenover de tijd.
De Amerikaanse verkiezingen tonen een slijtage van het fundamentalisme van christelijk rechts. De gelovigen zijn niet allen opgesloten in het gebed en in de verwachting van de op handen zijnde terugkeer van Christus of de shi'itische Mahdi. Ze hebben een job, een familie, problemen met hun gezondheid of hun pensioen. Wanneer de verkiezingscampagnes zich concentreren op abortus en het homohuwelijk, dan komt er een moment waarop het werkelijke met kracht terugkomt uit het randgebeuren, bv. door de economische crisis. Er is ook een terugkeer van een zeker sociaal of humanistisch christendom voor wie waarden als solidariteit, rechtvaardigheid en liefde, op zijn minst even belangrijk zijn als normen en verboden. Indien John Mc Cain verkozen zou geweest zijn, dan was het niet door abortus of het homohuwelijk, de strijdpaarden van christelijk rechts.