WETENSCHAP EN RELIGIEDelen op Facebook
Lente 2003 in Spanje. De behoudsgezinde regering van de Rome trawant en Opus Dei lid José Maria Aznar, beslist dat met ingang van het volgende schooljaar iedere scholier verplicht katholieke godsdienst moet volgen. Dit vak krijgt een waardebeoordeling identiek aan de vakken wiskunde en Spaans. Niet of anders gelovigen krijgen als vak: de geschiedenis van de katholieke religie. (http://www.standaard.be/Artikel/Detail.aspx?artikelId=dst23062003_034 )
Antonio Lopez Campillo (professor fysica aan de Sorbonne) en Juan Ignacio Ferreras (professor in de filosofie in Spanje, Frankrijk en de USA) zijn bij de velen die protest aantekenen. Geheel in de sfeer van het schoolse, schrijven ze een pamflet in de vorm van een cursusboek. Zo wordt les 1 (Het geloven in het niet geloven) gevolgd door een eerste praktische conversatieoefening .... De "lessenreeks" wordt afgesloten (zoals het iedere vormingsreeks past) met een sluitingszitting. Of er ook een fictieve sluitingsreceptie was heb ik niet teruggevonden.
Ter lering en vermaak van de zoekende lezer heb ik me onledig gehouden met het afleveren van een amateuristische vertaling van die sluitingstoespraak:
DE WETENSCHAP IS NOODZAKELIJK, ZELFS AL IS ZE ONVOLDOENDE, WAT VERKLAART WAAROM DE WETENSCHAP GEEN VERVANGING VAN DE RELIGIE KAN ZIJN.
De lange strijd van de religies tegen het wetenschappelijk kennen heeft sommigen doen geloven dat wetenschap de ideale vervanger is van de religie, of, soms, iets als een nieuwe religie. Dit geloof had een zekere grond: het groeien van de wetenschappelijke kennis verminderde, telkens er een nieuwe ontdekking kwam of een onuitgegeven hypothese toeliet meer verschijnselen te verklaren, de toepasselijkheid van een of ander sleutelelement van de religieuze leerstellingen, en wekte tegelijkertijd de indruk op een behoedzame manier systematisch en voortdurend de religieuze geloven te vervangen door wetenschappelijke kennis.
De religies baseerden hun gegrondheid en hun geloofwaardigheid niet alleen op het verschijnen van god, maar eveneens op hun relatief gezien redelijk aanvaardbare kennis van de wereld, weliswaar ingebeeld en al te eenvoudig wegens gebaseerd op de weinige kennis die er in die tijd voorhanden was, maar toch aanzien werd als de vrucht van de openbaring, want proberen de oorsprong en de werking van de kosmos op een voldoend aan elkaar hangende manier te verklaren, was een bewijs van de waarachtigheid van de religie. Daardoor is de kosmogonie, de leer van het ontstaan van de wereld, vlug veranderd in een van de fundamenten van het geloof, een centraal onderdeel van het geopenbaarde geloof en ieder godsdienstig dogma. Het is duidelijk dat iedere manier om de werking van het heelal te verklaren zonder beroep te doen op de goddelijkheid, het geloofsstelsel in ontbinding bracht, de interne samenhang brak. Tegenover zo een gevaar moest gereageerd worden. Slachtoffers van die verdedigingsreactie: Giordano Bruno, Vanini, Galilei.
In werkelijkheid pretendeerde de wetenschap, de wetenschappelijke kennis, niet de godsdienst te willen vervangen. Het is de godsdienst die aan de oorsprong een vervangingsmiddel voor de wetenschappelijke kennis was. De religieuze kosmogonie deed dienst als DE kosmogonie, want er was niets anders beschikbaar. Met het evolueren van de kennis van de werking van het heelal werd de godsdienstige zienswijze iedere dag minder werkzaam, minder verduidelijkend. Zij gaf meer problemen dan antwoorden. Zodoende werd zij een steeds armoediger verklaring van het heelal. De deïstische zienswijze - rekening houdend met zijn gebrekkig verloop - stelt het bestaan van de auteur van een zo weinig betrouwbare openbaring in vraag. Zonder het te willen hebben de wetenschappers, dankzij de resultaten van hun werk, stelselmatig in de geesten van de meest waakzame gelovigen twijfel gezaaid omtrent het bestaan van een goddelijkheid.
Twijfel is niet langer toegestaan: de wetenschap heeft zich op het vlak van het verklaren van de wereld in de plaats gesteld van de godsdiensten. Tegenwoordig geven de meest redelijke godsdiensten, daar waar ze verklaren zich enkel nog bezig te houden met de menselijke ziel en haar problemen, dit toe. Maar terwijl ze op die manier biechten, proberen hun fundamentalisten de volledige versie van de openbaring te bewaren, door te weigeren het snoeiwerk in de leerstellingen dat hun door de voorhoede van de wetenschappelijke kennis opgelegd wordt, te aanvaarden. Het is precies deze hevige weerstand tegen aanpassingen en bijstellingen van de dogma's, die ons het diepe verschil tussen wetenschap en religie aantoont, en uitlegt waarom de wetenschap de religie in haar sociale functie niet kan vervangen.
Religie is een natuurlijk proces in het denken van de mens. Zij is de uitdrukking van de nood aan troost in deze wereld vol miserie, "zij is de verzuchting van het onderdrukte schepsel, het hart van een wereld zonder hart, zij is de geest van een situatie waar geest ontbreekt. Zij is opium voor het volk"([1]). Deze functie van verzachting is zeer verschillend van diegene die er in bestaat te proberen te begrijpen hoe de zaken functioneren, hoe ze zijn samengesteld en wat hun oorsprong is.
Een van deze geruststellende elementen, is het zich veilig voelen. Bestaansonzekerheid is een bron van angst en vrees. De nog onbekende toekomst veroorzaakt angsten. Het brengt rust zich beschermd te weten, gesteund door een machtig en weldadig wezen ("hij die vergevingsgezind is, de Barmhartige" in de Koran). Bij gebreke aan een nadrukkelijke vader, kunnen de armen rekenen op een god die sterk en vergevingsgezind is, en tegelijkertijd rechtvaardig, jaloers en wraakzuchtig ("hij die kastijdt tot aan de vierde en vijfde generatie" volgens de Bijbel). Het belangrijkste in deze wispelturige wereld is te weten waar zich aan vast te haken, het is de "rots" van de Psalmen, het "sterke fort" uit de Lutherse hymnen.
Het godsdienstig geloof moet immobiel zijn, vast, blijvend en niet onderhevig aan schommelingen. Het geloofsmotief kan niet van de ene dag op de andere wisselen. Een veranderend geloof, zoals een "piuma al vento ([2])", kan slechts angsten veroorzaken. Men kan zich geen gelovigen voorstellen die zich vragen stellen, elke nacht opnieuw over de inhoud van hun geloof van de volgende dag. Religie moet stevig zijn, onveranderlijk en zeker. Zo is het verlaten van de religie gelijk aan het vallen in de draaikolk van de wisselvalligheden van het lot. "Buiten de Kerk is er geen zekerheid" en ook geen heil. Vandaar haar weerstand om dogma's te veranderen of geloofsartikelen te wijzigen. Hoe onbuigzamer een religie, hoe volmaakter ze is (volgens haar sociale functie). In die zin is de Islam voorbeeldig: er staat geschreven in de Koran dat dit geschrift een exacte kopie is van een boek dat zich in de hemel bevindt en dat is de reden waarom er niets aan kan veranderd worden indien dit niet rechtstreeks uit de hemel komt. Dit verklaart het moordend geweld van de integristen, die weten dat zij de enige Oorspronkelijke Geopenbaarde Waarheid voor hen hebben. Wat vanuit strikt religieus standpunt gezien ook nog waar is. In de andere monotheïstische godsdiensten, dient de zaak zich lichtjes anders voor; het judaïsme, door haar lange geschiedenis, toont in haar teksten aanpassingen en wijzigingen, gerechtvaardigd door opeenvolgende openbaringen, deze van Abraham en Mozes, bv. Wat het christendom betreft volstaat het niet te vergeten dat dit een Joodse sekte is, zoals Lichtenberg ([3])stelt. Deze wijzigingen zijn zeer, zeer langzaam. Denken we aan de zaak Galilei: van 22 juni 1633 tot op heden (de Kerk heeft hem gerehabiliteerd in 1992), dat is dus de precieze duur van de aanpassingssnelheid van de katholieke Kerk.
De wetenschap is niet in staat tot een dergelijke stilstand; juist omdat het haar werkingsmethode niet is, het is haar natuur niet, zouden de oude filosofen zeggen. Want het wetenschappelijk weten is een uiterste vorm van kritisch denken. Wetenschappers werken al twijfelend over wat ze zien: bv. dat de zon opkomt in het oosten, zich in de lucht verplaatst en weer ondergaat in het westen, of walvissen vissen zijn en of vleermuizen vogels zijn. Deze "mensen met weinig geloof" hebben ook hun overtuigingen. Zij geloven in hun mogelijkheden hun omgeving te begrijpen vanuit een reeks veronderstellingen:
Post Scriptum: de voetnoten bij dit artikel zijn van mezelf, niet van de auteur.
Voor de liefhebbers geef ik hier twee sites waar een Franstalige versie van het pamflet te bestellen is (3,80 € plus verzending); de gegevens kunnen van die site overgenomen worden voor wie het boekje via de reguliere boekhandel wil bestellen.
http://www.decitre.fr/livres/Cours-accelere-d-atheisme.aspx/9782930390048 en http://www.amazon.fr/Cours-acc%C3%A9l%C3%A9r%C3%A9-dath%C3%A9isme-Antonio-Campillo/dp/2930390042/ref=sr_1_1?ie=UTF8&s=books&qid=1242648343&sr=1-1
[1] Karl Marx, Kritiek op Hegel (I.B.)
[2] Een pluim in de wind, uit La Donna è Mobile van Verdi's Rigoletto (I.B.)
[3] Wikipedia geeft twee mogelijke kandidaten voor Lichtenberg (I.B.)
[4] Ik doe niet alsof (I.B.)
28/07/2009 11:00
Victor Stenger (74) is een Amerikaanse wetenschapper en filosoof. Hij wijdde een groot deel van zijn leven aan de kwantumtheorie, de natuurkundige studie van elementaire deeltjes. In tegenstelling tot wat de meeste wetenschappers tegenwoordig beweren, vindt Stenger dat godsdienst en wetenschap nog altijd volop met elkaar botsen.
Daarmee plaatst hij zichzelf in de traditie van auteurs zoals Sam Harris, Daniel Dennett, Richard Dawkins en Christopher Hitchens, die volgens Stenger behoren tot wat hij 'het nieuwe atheïsme' noemt. Onlangs verscheen een van zijn boeken in een Nederlandse vertaling: 'God, een onhoudbare hypothese'.
Wat was er mis met het oude atheïsme dat we een nieuwe versie nodig hebben, professor?
VICTOR STENGER: Het oude atheïsme werd vertegenwoordigd door mensen die niet in God geloofden, maar die niet bereid waren om het op te nemen tégen religie - om uiteenlopende redenen: sommige Amerikaanse wetenschappers waren bijvoorbeeld bezorgd dat ze door religie aan te vallen de steun van het publiek zouden verliezen en daardoor ook minder geld zouden krijgen voor hun onderzoek.
Van alle leden van de National Academy of Sciences in de Verenigde Staten is meer dan negentig procent atheïst. Maar de meesten houden dat stil, omdat ze niemand voor het hoofd willen stoten. De nieuwe atheïsten zijn veel strenger. Wij vinden dat de strijd offensiever moet gevoerd worden, omdat het niet louter een kwestie is van wetenschap versus geloof, maar van wetenschap versus alle vormen van bijgeloof.
U beweert dat wetenschappers zich wel degelijk ook kunnen uitspreken over bovennatuurlijke verschijnselen.
STENGER: De God die mensen aanbidden, is een God die een actieve rol speelt in het universum en zelfs in het leven van de mensen op aarde. Als dat zo is, als God inderdaad handelt, dan moeten we dat ondertussen kunnen vaststellen. Dan zouden we verschijnselen moeten kunnen waarnemen waarvoor geen enkele natuurwetenschappelijke verklaring bestaat.
Geef eens een voorbeeld.
STENGER: Vooral de experimenten over de effectiviteit van gebeden zijn zeer interessant - maar ook controversieel, omdat er een paar slechte experimenten en een paar goede experimenten zijn gebeurd. Uit die goed opgezette experimenten blijkt dat er geen enkele aanwijzing is voor God. Terwijl het omgekeerde evenzeer mogelijk zou zijn. Stel bijvoorbeeld dat uit een experiment blijkt dat islamitische en joodse gebeden niet werken, maar katholieke gebeden wel. Dat zou een resultaat zijn waarvoor we op geen enkele manier een natuurlijke verklaring kunnen vinden.
En dus zou het kunnen wijzen op het mogelijke bestaan van de katholieke God. Als zulke experimenten goed worden uitgevoerd en verschillende keren worden herhaald, dan zou ik verplicht zijn als wetenschapper om het resultaat ervan te aanvaarden.
Er wordt vaak beweerd dat de katholieke kerk, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de islam, de evolutietheorie heeft aanvaard. Klopt dat, volgens u?
STENGER: De vorige paus heeft gezegd dat de kerk aanvaardt dat het lichaam is geëvolueerd. Maar het idee dat ook de menselijke geest materieel is, en samen met de rest van het lichaam is geëvolueerd, aanvaardt de kerk niet. De geest is namelijk de ziel en die is immaterieel. Dus wat mij betreft, heeft ook de katholieke kerk de evolutietheorie nog niet helemaal aanvaard. Dat kan ook niet, volgens mij. Alle gelovigen, ook katholieken, zijn ervan overtuigd dat de mens een speciale plek in de kosmos bekleedt. Dat de mens in zekere zin het doel van de schepping was.
Met andere woorden: dat God er op een of andere manier voor gezorgd heeft dat de mens het resultaat zou zijn van de evolutie van het leven op aarde. Welnu, wie dat gelooft, gelooft in intelligent design, niet in de evolutietheorie.
Joël De Ceulaer * Knack