DE MOEDER
Roman door De Nieuwe Hilterman over De Nieuwe Hilterman
Overal in de stad werden versieringen aangebracht om de komst en intocht van De Nieuwe Hilterman op gepaste wijze te vieren.
Kinderen kregen vrij van school. Vrouwen droegen hun mooiste kleding. Bakkers bakten feestbroden en taarten van marsepein en chocolade.
Terwijl de burgemeester aanstalten maakte om het toegesnelde volk toe te spreken en DNH te onthalen, werden de duurste accommodatie's gereed gemaakt om de grote denker 't allerbeste onderkomen te garanderen tijdens zijn bezoek aan de stad.
De zon scheen op deze late-lentemorgen alsof ze extra haar best wilde doen de feest'lijke luister met haar warme stralen een welkomstoets mede geven.
Kaatje keek ontzet naar haar moeder, die gezegd had dat, als zij niet snel naar huis zou gaan, ze wellicht in deze kleren DNH verwelkomen moest, wat de grote verteller tot ontsteltenis zou kunnen brengen en hem zichzelf zou kunnen laten afvragen wat dat moest met deze stad, waar meisjes in vrijetijdskleding rondliepen, terwijl ze toch, als bij het flaneren, op hun mooist en shoonst zouden moeten zijn wanneer iemand bij hen op bezoek kwam, die zelf zo mooi en schoon is of in ieder geval iets heel moois en schoons te vertellen had, als hij.
Dat zou zij immers nooit willen!
Zij had zo graag dat deze prachtige man -waar zij heimelijk, zoals bijna alle meisjes bij Kaatje in de buurt en in de klas, een beetje verliefd op was- een goede indruk van haar stad zou krijgen, misschien zelfs wel even naar haar kijken zoue en wie weet, zou zij zijn aandacht weten te trekken met een allervriend'lijkste lach, die ze wel dusdanig uit 't diepst van haar zo roerbaar hart toverde, dat 't haast leek alsof ze een halfgod of engel direct uit de hemel zag nederdalen, waarbij haar even -op de achtergrond- een blik in dat Godd'lijke Huis gegund werd.
Ze vond haarzelf maar een rare. De avond daarvoor had ze, toen ze in bed lag en haar ouders allang sliepen, nagedacht over hoe ze zou doen als De Nieuwe Hilterman haar zou zien. Ze had stiekem in bed liggen fantaseren. DNH moest wel een heel aardige, knappe man zijn als ze alle verhalen, die ze over hem gehoord had, geloven moest. Een lange, knappe jongeman zoals ze er zoveel zag wanneer ze van school naar huis liep of als ze zaterdag's met haar moeder inkopen ging doen in de stad. Alleen die zagen haar niet staan.
Dat kon ook niet, omdat Kaatje nog veel te jong was!
Ze was nog lang geen vrouw -zelfs geen jonge meid-, en de jongemannen die zij (en haar vriendinnetjes) zo bewonderde keken alleen maar naar vrouwen en jongedames, en niet naar kleine meisjes. (althans de meeste)
Maar De Nieuwe Hilterman leek anders.
Was het haar intuitie? Of was het de natuur, die wel eens meer een bloemknopje te vroeg in mei naar het hemelgewelf opsteken deed, maar het dan, alsof ze speelde met haar eigen wetten, met dat ongeduld een extra gave meegaf de eerste en de beste te zijn om alleen het mooiste, jongste, verste en rijkste met haar hele wezen te kunnen omarmen, zoals de eerste zwaluwen bij de mensen het hoogst gevoel van een nieuw jaar en de rijke zomer geven, of degeen die het dichtst bij het vuur zit zich het meest verwarmt.
De Nieuwe Hilterman zoefde in zijn donkergroene Rolls Roys over 's lands wegen zonder het zelf te weten naar de stad waar Kaatje woonde. Hij nam wat stukken door die verband hielden met een verhandeling over het collectief ethisch onbewuste dat hij voor een toespraak geschreven had de avond ervoor.
De mens handelde altijd vanuit de bodem van zijn ziel welke immer volledig immoreel, laf, bang, jaloers, corrupt, trots, zelfingenomen en zuiver egocentrisch was. De rest was leugen en toneel.
Terwijl hij zo af en toe eens, uit verveling of een zonder het zelf te weten aangeleerde gewoonte, door het raampje naar buiten keek, zag hij plots, als in een film, een dame met hele hoge hakken en een paars minirokje bij een lantaarnpaal staan te doen, alsof alle mannen alleen maar op haar verliefd waren en er alles -in ieder geval een heel fortuin- over zouden hebben om haar voor even de zijne te mogen noemen.
Ze droeg een fel gekleurd t-shirt van gestreken flanel dat van onderen net even boven haar navel grensde en van boven meer liet zien dan wat t-shirts moeten verhullen bij dames van hogere allure.
'Wat een Godsvergeven schande!' dacht de man die de geheimen van het menselijke bestaan onder woorden trachtte te brengen en haar aan de mensen, als Zarathoestra, verkondigde.
'Ze mogen hier de lantaarnpalen wel eens een likje geven, of ik waan mezelf nog in een land dat ik mijn moeite en debatten niet waard acht, laat staan mijn kostbar' tijd. Ik zal het er met de burgemeester over hebben zodra we alleen zijn!' besloot hij welgemeend.
Gerustgesteld vervolgde hij zijn weg naar waar hij deze morgen zo hoopvol verwacht werd. Hij zou er leerzame ochtend van maken..
De moeder van Kaatje was niet naar huis gegaan.
Ze had nog een hele tijd staan denken toen ze Kaatje naar huis had gestuurd. Over zichzelf en over De Nieuwe Hilterman.
En over Kaatje.
Wat had zij opgemerkt aan het meisje; dat ze zo graag naar DNH ging luisteren? Alsof ze eventjes zichzelf een grote oceaanstomer waande, die zijn gang naar de haven belemmerd zag door een klein, nietig scheepje.
Een wens, door een misplaatste toevalligheid, net niet in vervulling zag gaan.
Maar wat kon Kaatje daarmee te maken hebben?
Ze had het van haar afgeschoven en was naar het stadhuis gegaan, al waar DNH gehuldigd zou worden, en was Kaatje ronduit vergeten. Ze wist hoe DNH eruit zag. Ze had hem, enkele jaren terug, gezien bij een jeugdontmoeting waar hij een lezing gaf over het recht van de ondergeschikte, waar zij in de bediening werkte en stiekem naar hem had staan staren.
Ja, beste lezers; vrouwen zijn het minste van alle wezens, het immoreelst en het corruptst als het gaat om wat ze allemaal 't meest beminnen: de man!
Voor het stadhuis had zich een menigte verzameld, vanwaaruit een niet onplezierig geroezemoes ontsteeg, alsof het publiek was van een langverwacht theaterprogramma, dat tip-top aangekleed was en nu op de hoofdrolspelers stond te wachten.
Maar ze wist maar al te goed dat van enig toneel of irreëels hier geen sprake was, integendeel.
DNH zou een heleboel te vertellen hebben waar zij helemaal niks, maar dan ook helemaal niks van begreep, maar dat klaarblijk'lijk voor de aanhorenden zeer interessant was, want die luisterden er uren en uren naar, zonder ook maar een woord te wisselen of hun monden te laten passeren.
Bij de personeelsingang van het stadhuis aangekomen werd ze in een klein achterdeurtje binnengelaten.
"Wat bent u bijna laat?" vroeg de oudere vrouw die haar binnen liet.
"Ik ben nog op tijd," antwoorde ze scherp maar niet te.
"En ik hol naar boven om de koffie met biologische broodjes voor het gezelschap klaar te maken."
"Goed dan maar!" zei de oude vrouw niet onvriendelijk.
"Ik weet wat ik aan je heb!" zei ze haar nog na, maar dat hoorde de moeder van Kaatje niet meer.
"En vooral nu De Nieuwe Hilterman komt" dacht ze nog, maar dat kon de moeder niet weten.
Ze stormde de trap op.
'Gauw, lekkere koffie maken voor het feestvarken' hoorde ze haarzelf denken, om nog niet de minste vorm van enig misbruik bij haar op te laten komen.
Wat nu misbruik? DNH was toch al zestien?
En wat nu vuiligheid en/of gore spelletjes; zij voelde toch een zekere soort van liefde voor deze man, althans, voor zijn lichaam, althans voor een bepaald onderdeel van dat lichaam?
En al was ze dan al drie keer getrouwd geweest (geen enkele man leek het lang met haar uit te kunnen houden en na verloop van tijd z'n biezen te pakken om nooit meer zijn gezicht te laten zien), en had aan al dat echt een elftal kinderen overgehouden -die zij allemaal zeer kuis opvoedde -zoals ze zelf meende-, elk mens had behoefte aan intimiteiten en de hare bestond eruit dat ze heerlijk weg kon dromen door enkelt maar naar de filosoof te staan staren.
Hij behoefte haar niet eens te zien.
'Wat ben ik toch eigenlijk een smeerpoets!' dacht ze terwijl ze de ketel met bronwater op het vuur zette, terwijl ze zichzelf erop betrapte alsvanzelf een soort van heim'lijke, gemene glimlach bij die gedachte rond haar mond te toveren.
Ze had al zo lang geen man meer gehad. Omdat niemand maar wilde!
De melkboer had haar aanbod ruimhartig afgeslagen, toen ze hem op de koffie uitnodigde, en bekeek haar sindsdien niet meer. Van toen af aan moest ze telkens helemaal naar de supermarkt vijf straten verderop lopen.
"Ik lust geen koffie!" had hij gelogen, en zij had hem geloofd.
Ook de groenteboer had niet thuis gegeven toen zij hem had gevraagd om extra dikke winterwortels, 'omdat dat zo goed vulde'.
Bijna had hij haar de winkel uitgegooid. "De telers op het land hebben wel dikke wortels, en pastinaak en komkommers.. en welicht nog veel meer.. ga daar maar eens vragen".
"Viezerik!" had hij er zachtjes maar net hoorbaar voor haar en de overige klanten, waarvan er wel vijftien op die zaterdagmiddag ongeduldig op hun beurt stonden te wachten, toegesnauwd.
En zelfs de huisbaas -een man van zeker twintig jaar ouder dan haar- had, toen hij voor de huur kwam en haar in bad aantrof, en zij hem vroeg de zeep, die zij fingeerde vergeten te hebben, aan te reiken, vanaf de deuropening haar toegeroepen dat de huur wel even wachten kon, terwijl zij hem kende als een vrek, die liever zijn geld een dag vroeger ontving, om zo nog meer van zijn geld te kunnen genieten. Dat was nu een half jaar geleden gebeurd en de goede man had nog steeds niet van zich laten horen. Ze zou de huur giraal overmaken.
Zij was ook niet zo jong meer. Ze deed weinig of niets aan haar uiterlijk en knap was ze al helemaal nooit geweest. Maar waar ze bij de natuur er qua uitstraling, laten we zeggen, bekaaid van af gekomen was, probeerde diezelfde natuur dit alles ruimschoots te compenseren door haar te overstelpen met gevoelens van hevig verlangen, ontelbare behoeftes, een welhaast gemoedsbedwelmde verlatenheid en een brandende liefde dewelke zij soms dusdanig door haar lichaam voelde gieren, dat ze bijna van leegheid en nutteloosheid (en het gevoel van gepasseerd en vergeten te zijn door alle mannen) zelfmoordgedachtes ontwikkelde! Tot die keer dat ze De Nieuwe Hilterman zag!
Kaatje was naar huis gehuppeld, met een opgetogenheid zo vol van verwachting, dat het haar scheen alsof Sint Nicolaas bij d'r op bezoek kwam. Ze voelde haarzelf als een veertje zo licht!
Steeds weer maakte ze voor haar geestesbeeld een tekening van hoe de DNH-man eruit zou zien: lang, knap, blond, een donkere, korte baardgroei die bij de snor weer in blond overliep, en blauwe, sensuele ogen die gewelfd waren met gitzwarte wenkbrauwen.
En steeds weer had zij zich ingebeeld, hoe hij speciale aandacht voor haar had, haar uitnodigde in zijn hotelsuite en zijn volle attentie volledig aan haar spendeerde!
O, alles had zij voor hem willen doen, alles wat maar binnen haar bereik lag.
Alles wat hij zou willen! En juist zaken die -zoals haar altoos streng geleerd was- verkeerd waren en niet mochten! En welzekers als DNH het zelf lekker zou vinden!
Thuis aangekomen hingen haar kleren, door haar moeder zorgzaam uitgezocht om Kaatje er op haar zondagsbest uit te laten zien, reeds voor haar klaar.
Toen ze zich uitgekleed had en naar de douche liep, viel haar blik op haar naakte lichaam in de spiegel die aan de muur van de badkamer hing.
Ze zag haar lange, blonde haar dat overal, alsof het lust wilde uitdrukken, zo mooi opkrulde. Haar lange, tengere lichaam bezat nog niet de minste vrouw'lijke kenmerken en verhulde niets van wat de buitenwereld -buiten natuurlijk DNH om- niet zien mocht.
"Ach ja", zuchte ze, "De Nieuwe Hilterman.. als hij me zo eens zag!"
Plotseling hoorde ze de fanfare bij haar de straat binnenmarcheren.
"Oja, De Nieuwe Hilterman" schrok ze op. "Ik moet me haasten, anders mis ik zijn intocht nog!"
Snel sprong ze onder de douche, droogde haar lichaam af en toog in haar prachtige jurk naar het stadhuis.
De Nieuwe Hilterman himself zoefde nog steeds over de wegen naar de stad waar de moeder woonde. Hij wist van geen toeten of blazen over wat Kaatje allemaal voor de spiegel in de badkamer voor onbehoorlijks had staan fantaseren, af.
En gelukkig maar, want anders had hij linea recta rechtsomkeer gemaakt om nooit maar zijn gezicht in ook maar de buurt van deze ongelukkige stad te laten zien- "wat een smeerlapp'rij, zeg!"
Hij zou, nadat hij de lunch met de burgemeester in het stadhuis had gebruikt, in de aula van het Antroposofisch Intstituut zijn voordracht houden die de wetenschappelijke wereld op zijn grondvesten zoue doen schudden.
Belangrijke professoren en wetenschappers zouden zich onder zijn toehoorders bevinden, dus het was van een allergrootst belang dat hij zelfverzekerd en overtuigend optrad.
Aan zijn tekst kon het niet liggen..
"Staat de koffie al klaar?" vroeg de burgemeester aan de moeder van Kaatje. "Je weet dat De Nieuwe Hilterman 's ochtends graag een goede kop koffie en broodjes met Parmaham blieft- en alles biologisch!"
"Ik weet het, burgemeester." antwoorde ze. "Ik zorg beter voor DNH dan voor mijn eigen dochter!" zei ze hem zonder te overdrijven.
De burgervader lachte.
'En als het er op aan komt', dacht ze nog, 'houd ik meer van deze man, althans van zijn lichaam, althans van een bepaald deel van zijn lichaam, dan van haar -hoezeer ze me ook aan het hart ligt- dat heb ik liever!'
Maar ze piekerde er niet over dat de burgemeester te vertellen.
"Ik heb van heerlijke zoete perssinasappels een verse jus gemaakt, om ons hoogst bezoek te vieren, burgemeester!"
"Wat ben je toch goed, Saartje" zei hij, lachend, omdat hij ook wel wist dat ze helemaal geen Saartje heette.
"En voor U heb ik een heerlijke fles wijn uit de kelder gehaald.. voor vanmiddag, na de voordracht."
De burgemeester wist dat DNH geen alcohol dronk, dus dat hij en alleen maar hij de hele fles zou kunnen opdrinken zonder hem met anderen te behehoeven te delen. "Nu dan," sprak hij plechtig, "het zoue zonde zijn om de helft te laten staan, dus geef mij die fles maar eens aan!"
Buiten reed de Rolls van De Nieuwe Hilterman langzaam het plein voor het stadhuis op. In de ontvangstzaal van het burgerhuis klonk het gejuich dat opsteeg uit de toegestroomde mensenmassa DNH-fans.
"DNH-ja! DNH-ja!" scandeerde het.
De burgervader en Saartje keken vanuit het raam toe naar hoe de groene slee z'n achterpassagier statig uitstappen liet.
"Daar is-ie" zei hij, en liet haar alleen starend achter.
Kaatje had zich tussen de menigte gewerkt.
"DNH, ja!" schreeuwde ze mee op de maat van het publiek. "O, ja! DNH-ja!"
Ze werd haast dol van enthousiasme toen ze De Nieuwe Hilterman uit zijn wagen zag stappen.
"Joegheéé!" schreeuwde ze uit volle borst, en "joehoee!", alsof ze haar moeder toeriep tussen alle kinderen van de klas en de moeders die ze kwamen ophalen na een schoolreisje. "Joehoe, mam, hier ben ik!"
Maar ze dacht nu helemaal niet aan haar moeder.
Als betoverd keek ze naar De Nieuwe Hilterman, die door de burgemeester verwelkomd werd.
"Wat een mooie, knappe, lieve, intelligente, aantrekk'lijke man.
M'n vriendinnen hebben zekers niet overdreven" dacht ze, zonder er zelf bewust van te zijn. "Oh, wat een mooie man!"
Ze keek haar jonge meisjesogen uit, zonder ook maar te beseffen wat voor een smeerpoets ze feit'lijk wel niet was.
En ach.. wat had het haar kunnen schelen? De grote mensen waren alleen maar jaloers, zou ze geweten hebben, en wilde zelf zo graag zoiets moois waar ze zo blij van werden als zij.
Maar ze was nog maar een klein, onschuldig meisje en dacht, dat de liefde was gemaakt door Onze Lieve Heer uitsluitend om haar een plezier te doen!
Ze keek en ze keek dat het een lieve lust was.
O, wat was ze in haar sas! En o, hoe scheen het voor haar alsof De Nieuwe Hilterman alleen maar naar haar stad en het stadhuis was gekomen, om haar te zien en te bewonderen. Het was soms zelfs net, alsof hij naar haar keek en haar zag en wilde uitnodigen op zijn hotelkamer!
Plotsklaps zag ze, voor het raam van het stadhuis, pal achter de schouder van haar zo geliefde De Nieuwe Hilterman, haar bloedeigen moedertje tomeloos en met een glimlach op haar gezicht, waarvan ze zeker wist die nooit op het gezicht van haar moeder gezien te hebben, te staan staren naar haar idool.
'Dat is mamma' dacht ze, terwijl ze op hetzelfde moment dat die vliegensvlugge gedachte door haar hoofd spookte en zichzelf afvroeg wat haar mamma zo naar DNH zat te staren en het antwoord op die brandende vraag wist. Maar dat laatste drong niet echt tot haar door.
"Ik ben oprecht blij dat onze stad een groot en knap denker als U vandaag ontvangen mag" sprak de burgemeester op het podium, terwijl hij bij het woord 'U' van z'n briefje opkeek en z'n ogen even leken te zoeken naar desbetreff'nde, om dan weer gauw de woorden af te lezen van het papiertje dat hij in zijn rechterhand pal voor de microfoon hield.
"Het filosofisch vrijdenken dat aan de basis van een algehele nieuwe wereldsamenleving staat heeft dank zij U zo een vlucht mogen nemen. Ook in onze stad zijn wij ontzettend blij onze dankbaarheid daarvoor vandaag te mogen tonen.
Welkom, Nieuwe Hilterman!"
Het publiek reageerde uitzinnig.
Kaatje kreeg een raar gevoel in haar buik.
De Nieuwe Hilterman sprak zijn dankwoord uit voor het grote ontvangst dat zijn deel had mogen worden, en de moeder liet niet af constant naar hem te staren.
'Wat een vreemde glimlach en blik heeft mamma- en ze heeft slechts aandacht voor DNH.
Mij ziet ze niet, terwijl ik toch haar kind ben en ze mij, net als ik haar, uit duizenden zoud herkennen. Ze ziet alleen De Nieuwe Hilterman en is blind en doof voor de rest, wat ze normaal gesproken kent als haarzelf. Ze lijkt wel verliefd!'
"Het is" sprak De Nieuwe Hilterman "mij een groot genoegen te zien hoe warmhartig U mij verwelkomt. Ik wist dat ik hier veel aanhang genoot, maar dat mijn welkomsgeschenk zo genereus was.." en nu leek de grote filosoof even in de richting van Kaatje te kijken -althans, Kaatje was ervan overtuigd dat hij naar haar keek en daar een bepaalde bedoeling mee had- "..had ik nimmer durven hopen!"
Kaatje voelde alsof ze in een draaimolen zat. DNH keek naar haar. Hij lachte naar haar -had hij niet naar haar geknipoogd?- en had allerlei vreemde bedoelingen met Kaatje waar ze he-le-maal niets op tegen had. O, als die lieve, zachte, mooie man bij haar was geweest, zoals ze zich die middag voor de spiegel had staan te bewonderen. O, als hij daar eens zoue willen strelen waar ze het het liefst had!
Kaatje werd er bijna dol van!
Haar moeder stond nog steeds te staren vanachter het raam van het stadhuis.
Nuwel, beste lezers, wat kinderen van de leeftijd van Kaatje allemaal voor gekkigheid in hun hoofd kunnen halen dat appeleert aan de op handen zijnde, ontluikende prille liefde, weten we zelf wel als we eerlijk en zonder gebrek aan herinneringsvermogen aan onze eigen eersdte gedachtes, gevoelens en ervaringen terugdenken, maar deze vrouw -waarvan ik de naam en leeftijd hier maar beter niet openbaar maak- speelde met wel zulke rare, vreemde en onbehoorlijke fantasieen over die arme DNH, dat Kaatje erbij vergeleken verbleken zoue. Wat een viezerik was dat, zeg. Jeetjemijne!
Ze had zo een extra hoofdstuk van de Kamasutra kunnen schrijven!
En ze bleef maar staren: Kaatje, de burgemeester, de belangrijke boodschap die De Nieuwe Hilterman het volk en de wereld verkondigde, niets zag ze dan haar eigen, egoistische sexuele fantasieen, die ze min 'liefde' noemde, maar niets maar dan ook he-le-maal niets met liefde doch allerzins met ontucht en misbruik te maken had.
Ze wilde sexueel misbruik maken, zoals bij de aard van haar sexe hoort, zoals alle vrouwen altijd willen bij knappe jongemannen, zoals Eva Adam verleidde, hoeren klanten lokken en kinderlokkers kinderen!
Maar het lot zou een passende vergelding voor haar klaar hebben liggen. Vrouwen zoals de moeder van Kaatje zijn van hun welverdiende straf slechts door tijd gescheiden, wat ik U brom!
Arme Kaatje (met zo'n moeder) begon een plannetje te bedenken om dicht bij DNH te geraken. Het zou alleen niet zo gemakkelijk zijn om dicht bij hem te komen, wat ze ook wel wist, omdat ze tal van beveiliging in de buurt van hem had gezien, die constant en streng kijkend de omgeving in de gaten hielden en niet aflieten iedereen die volgens hen te dicht in de buurt kwam resoluut erop attent te maken dat hij/zij niet geduld werd.
En Kaatje had nog geen enkel idee hoe zij wel a: dicht bij DNH in de buurt kon komen, b: alleen met DNH -liefst op z'n hotelkamer- geraakte en c: DNH zo gek zou maken dat hij vieze dingen met haar zou doen.
Nuja: dat laatste had ze dan wel alvast bedacht: er waren talloze manieren om mannen kenbaar te maken dat ze vuiligheid van hen wilde; al had Kaatje dan nog geen enkele ervaring: intuitief wist ze dat er ontelbare maniertjes waren mannen het hoofd op hol te doen slaan.
(wordt vervolgd)